Programmaconcepten voor IL POSTO


Voorwoord
Deze tekst diende als basis voor een inleiding die ik tijdens het Film Zomer College 2013 mocht geven. 

De zeven late avond voorstellingen van die studieweek in Antwerpen waren gevuld met een inspirerend programma-concept: de serie ‘Meesterwerk in context’. Dit is een serie films, opgebouwd op basis van associaties rondom de verrassingsfilm, waarvan de titel zorgvuldig geheim gehouden werd.
Dit programmaconcept vergt een sterk vermogen tot een creatieve vrije associatie, gebaseerd op specifieke en geheel verschillende deelaspecten.De VDFC-ploeg excelleerde in deze opdracht. Achtereenvolgens werden vertoond: WRITTEN ON THE WIND (Douglas Sirk, 1956), IL POSTO (Eramnno Olmi, 1961), TYSTNADEN (Ingmar Bergman, 1963), FAHRENHEIT 451 (Francois Truffaut, 1966), EDIPO RE (Pier Paolo Pasolini, 1967) en THE PARALLAX VIEW (Alan J. Pakula, 1974).
Dit pakket van zes films moest voldoende associaties aanreiken voor de toeschouwers om te raden welk meesterwerk op de slotavond vertoond zou worden. Per film werd een inleiding gegeven met talloze verborgen hints en speelse dwaalsporen. Speculaties over wat op de slotdag te zien zou zijn konden dus alle kanten op waaieren.Ondanks of dankzij deze informatie werd het voor de meeste deelnemers toch gaandeweg duidelijk dat aan het eind IL DESSERTO ROSSO (Antonioni, 1964) zou worden vertoond.

Mijn taak was om achtergrondinformatie te geven bij IL POSTO, de tweede halteplaats in het traject naar het in mysterieuze nevelen gehulde meesterwerk dat in zes etappes in context gezet werd.
Ik begon met de uitdagende vraag: stel dat IL POSTO de eindfilm van deze laatavond-reeks zou zijn geweest, welke films zouden dan geprogrammeerd hebben kunnen worden? Mijn antwoord bestond uit een schets van drie programmaconcepten waarmee IL POSTO op passend mystrieuze wijze in context gezet zou kunnen worden.
Daarna gaf ik beknopt een overzicht van relevante achtergrondinformatie bij IL POSTO.
 
1. Slow Cinema
Een aanloop naar IL POSTO zou goed kunnen gebeuren met een reeks films geselecteerd op het gemeenschappelijk thema ‘Slow cinema’. IL POSTO  geeft immers veel aandacht aan kleine details, de film biedt een geduldige, genuanceerde observatie van het hoofdpersonage. Een ‘plot spoiler’ weggeven is bijna onmogelijk want de plot is bijzonder miniem. Dat is bijzonder, want er is een duidelijk doel: een baan en er is een duidelijke start van een romance. Maar de vraag: krijgt hij het baantje en krijgt hij het meisje is niet essentieel. Olmi wijkt dus af van de tradtionele filmverhalen van Classical Hollywood. Het recept van slow cinema in twee trefwoorden aangeduid: de combinatie van weinig handeling en veel observaties. Dit levert vaak fascinerende resultaten.
 
Denk aan BOVEN IS HET STIL (Nanouk Leopold, 2013): het is een prachtig eigenzinnige film, over een stille, gesloten man die zich eindelijk losmaakt van een beklemmend verleden. Hoofdrol is voor Jeroen Willems, een groot acteur die vorig jaar plotseling is overleden. BOVEN HET DAL  was zijn eerste hoofdrol, voor het eerst werd hij in een film goed ingezet, hij draagt de film, toont zich als een krachtige persoonlijkheid die geen grote gebaren en geen grote woorden nodig heeft. De hoofdpersoon is vrijwel continu in beeld, veelal zwijgend.  Gebaseerd op een roman van de Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker overigens, dus de bijbehorende woordenstroom is nog na te lezen.
 
Of neem een film als LE QUATRO VOLTE (Four Times, Michelangelo Frammartino, 2010), deze is zo mogelijk nog extremer in sfeertekening en rust. De hoofdpersoon is een oude geitenherder op het Italiaanse platteland, waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan, de dagelijkse routine lijkt eeuwenoud. Het tempo is afgestemd op de maat van de seizoenswisseling.
 
Olmi geeft zelf nog een voortreffelijk voorbeeld van Slow Cinema in zijn film uit 1978: DE KLOMPENBOOM (L’Albero degli zoccoli). Dit is een kostuumdrama over Onrecht met een hoofdletter O, op het Italiaanse platteland in de 19e eeuw. Lang geleden zag ik deze film van 170 minuten in het Gouds Filmhuis, op 16mm met om de 40 minuten een korte onderbreking om de spoelen te wisselen (zo ontstaat vanzelf een letterlijke slow cinema). Het is een ontroerend verhaal, wellicht pathetisch of melodramatisch te noemen, maar toch ontroerend. Bij mij domineert de  herinnering aan een scène van een zijlijn in het verhaal: de opa van het armoedige gezin is trots dat hij elk jaar de eerste is die in het voorjaar zijn tomaten uit eigen tuin op de dorpsmarkt kan verkopen. Zijn kleindochtertje van zes jaar  is gefascineerd en helpt haar opa. Samen lukt het hen opnieuw de eerste te zijn op de markt. Een prachtig realistisch feel good moment, waar de tijd voor genomen wordt.
 
Er zijn nog vele voorbeelden van Slow Cinema te noemen. Conceptueel gezien past STILL LIFE (Sohrab Sahid Saless, 1974) goed bij IL POSTO, want de hoofdpersoon in deze Iraanse film is een oude man die zijn leven lang als bewaker van een afgelegen spoorwegovergang heeft gewerkt. Aan het begin van de film krijgt hij te horen dat zijn baan opgeheven wordt, een mooie spiegeling van de handeling in IL POSTO.
 
2. het Italiaans neo-realisme
De aanloop naar IL POSTO zou ook kunnen gebeuren met een reeks films met als gemeenschappelijk kenmerk het trefwoord Italiaans neo-realisme. Dit is een zeer conventioneel programmaconcept, dat enige nuance behoeft en met enig doordenken toch ook interessante resultaten kan opleveren.
Olmi gebruikt amateur acteurs en hij filmt grotendeels op locatie en toont observaties van een alledaagse werkelijkheid. In 1961 groeit de Italiaanse economie weliswaar, maar een vaste baan is nog steeds fel begeerd. Olmi toont impliciet dat er in de Italiaanse maatschappij sprake is van een nieuwe start en nieuw elan, maar ook dat oude structuren van bureacratie in stand blijven. Hij toont de Italiaanse maatschappij op het omslagpunt naar een meer modernistisch tijdperk, gekenmerkt door meer welvaart maar ook meer vervreemding en ontworteling.
 
Het onderwerp van een bescheiden baan waar veel sollicitanten op afkomen werd tien jaar eerder in beeld gebracht in ROMA ORE UNDICI (Giuseppe De Santis, 1952, Vlaamse titel: Klokslag elf). Het is een waargebeurd verhaal over de grote toeloop op een vacature voor een kantoorbaan op het stadhuis, een grote menigte vrouwen bestormt de trap naar de aanmeldingsbalie. De trap stort in. Het is een klassiek geval van een krantenbericht dat tot film is uitgewerkt. Het filmverhaal volgt de aanloop naar het noodlottig moment en de gevolgen van de catastrofe bij vijf fictieve personages. Overigens: we zien hier een vroege rol van Lucia Bosé, die twee jaar eerder gelanceerd was door Antonioni in zijn film noir CRONACA DI UN AMORE.
 
De filmstijl van IL POSTO is sterk verwant met het Italiaans neo-realisme: Olmi toont het dagelijks leven in detail. De beginbeelden tonen bijvoorbeeld hoe de jongeman ontwaakt en ontbijt met zijn zorgzame ouders en op weg gaat naar zijn assessment. We denken dan natuurlijk meteen aan de ochtendscène in UMBERTO D (Vittorio De Sica, 1952), die al door André Bazin bejubeld werd.
 
3. Coming of Age
IL POSTO is te rangschikken onder het thema van ‘Coming of Age’, want Olmi toont een timide jongeman die zich gewillig aanpast aan het kantoorleven en die bedeesd toenadering zoekt tot een meisje.
 
IL POSTO is an honest film, a gem of understatement which looks ruefully at the uncertainties and hesitations of adolescence, contrasting its freshness and charm with the tired cynism of an acquisitive adult society. The terribly poignant impact of the film stems from Domenico’s anxiety to conform, his willing surrender of freedom in exchange for the circumscribed white collar existence offered by the job.” (Screen Education no 39, May/June 1967, p 12-13)

Timide jongemannen, die stilletjes voor zich uitkijken en zich lijken te verbazen over de wereld om zich heen ... daar zijn er meer van.
 
 
4. Relevante achtergrondinformatie bij IL POSTO 
 
IL POSTO ging in 1961 op 13 september in première tijdens het filmfestival van Venetië en werd daar gunstig ontvangen en vervolgens wereldwijd gedistribueerd. 
Il Posto (1961) heeft in Nederland een specifiek traject van reputatievorming gevolgd, onder te verdelen in drie stappen.
  1. In 1962 werd deze film uitgebracht in de Nederlandse bioscopen, in de dagblad recensies werd regisseur Olmi omschreven als een verrassende debutant met een eigen stem.
  2. In de jaren tachtig had de film inmiddels de status van ‘minor classic’ bereikt en werd de film opnieuw uitgebracht in het 16mm-circuit van de filmhuizen.
  3. In de 21e eeuw volgde de dvd-uitbreng.

Op mijn website staat een artikel waarin ik de volgende onderzoeksvragen aan de orde stel:
Zie: Il Posto in Nederland, URL: http://www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=14
NB: de Belgische situatie heb ik niet onderzocht, hier is dus nog werk te doen!
 
Na de inventarisatie van de feiten kunnen we zelfstandig onze persoonlijke balans opmaken: wat is de werking van deze film op een hedendaags publiek?
Het antwoord op deze vraag is aan jullie. Ter ondersteuning van jullie afweging wil ik jullie aandacht richten op een pluspunt waar je op zou kunnen letten: Camera en montage zijn dienstbaar aan het verhaal, op een prachtige manier. De filmstijl ondersteunt het verhaal op een functionele en vakkundige wijze. Een verademing, wat mij betreft.
 
Voorbeeld: de scène waarin de jongen (Domenico) en het meisje (Antonietta) een kopje koffie gaan drinken in een bar. Het is een korte scène die circa 2:30 minuten duurt (en ook beschikbaar op You Tube). Olmi geeft ruimte voor een duidelijke situering en neemt tijd voor het tonen van nuances. De overgang naar de locatie gebeurt klassiek door een close up van de koffiemaler. De twee personages staan buiten voor het raam van de koffiebar en kijken naar binnen. Het is druk, de koffiebar staat vol mensen. De jongen gaat bestellen aan de bar, het meisje staat naast hem. Ze lopen naar een tafeltje, hij laat zijn lepeltje op de grond vallen. Zij gaat aan een tafeltje zitten, hij blijft staan, zij roert met haar lepeltje zijn koffie. Uitwisseling van blikken met een reeks close ups. De koffie is op, wat moeten ze doen met de kopjes? Ze kijken rond en zien een oude vrouw die haar kopje op tafel laat staan. Ze doen hetzelfde en lopen naar buiten. Einde van de scène.
 
Impliciet toont Olmi dat beide jonge mensen onwennig zijn in deze omgeving, er is ook sprake van een schuchterheid van de eerste kennismaking. De jongen is timide, het meisje heeft meer rust en zekerheid. Vertederend: Het zijn allebei kinderen in de grote mensen wereld.
 
Details als het gegiechel op de aanspreektitel ‘meneer’, de minieme onzekerheid over de fooi en het elkaar vinden in bewondering voor de koffiekopjes, maken duidelijk dat geen van beiden ooit eerder in een bar was. De scène biedt een intimiteit die zo broos is en lief en mooi dat hij bijna pijn doet.” (Joyce Roodnat, ‘Het behoud van een jongen, NRC Handelsblad DVD Collectie (6): Il Posto’, in: NRC/Handelsblad, maart 2004).
 
Een ander voorbeeld van de functionele mise en scène vormen de kantoorscènes in IL POSTO. Deze tonen een milde karikatuur van het ambtenarenleven: een humorvol schrikbeeld van zichtbare bekrompenheid in de vorm van rijen bureaus, waar fantasieloze mensen zinloos papier aan het schuiven zijn. De toonzetting doet denken aan de Nederlandse cursiefjesschrijver Simon Carmiggelt, of de cartoons van Peter van Straaten. De kantoorscènes in IL POSTO zijn mild satirisch van aard, uitvergrotingen van de werkelijkheid, gebaseerd op zijn persoonlijke frustratie en afschuw. Er zit wat mij betreft wel een grimmig randje aan deze karikatuur: er is bij deze personages sprake van een grote ontkenning van een schrikbarende verborgen werkloosheid en we kijken naar mensen die opgesloten zitten in een klein wereldbeeld.
 
Vergelijk: de zwijgende film THE CROWD (King Vidor, 1928 - met een sensationele camerabeweging). Tijdgenoot: de bijtende satire THE APARTMENT (Billy Wilder, 1960), vertoond tijdens het ZFC in Brugge, enkele jaren geleden. Een uitbundig expressionistisch doembeeld van bureacratie is te vinden in de dystopie NINETEEN EIGHTY FOUR (Michael Redford, 1984). In dit rijtje van afbeelding van kantoorcultuur in films past wellicht ook de ongewone feel good movie SECRETARY (Steven Shainberg, 2002).
 
Als geheel heeft IL POSTO een rijke onderliggende impliciete betekenis, in beelden uitgedrukt (in plaats van woorden): Hij komt uit een klein dorpje, een nog steeds landelijk voorstadje van Milaan, waar het leven nog ouderwets of traditioneel is. Voor zijn baan reist hij naar de grote stad. De stadsbeelden tonen de moderniteit, de onpersoonlijkheid, de drukte en de haast, de dynamiek van nieuwbouw. Milaan is een stad vol bouwwerven. Antonioni toont een meer extreem vervreemdend stadsbeeld in L’ECLISSE (1962, vooral in de beroemde slotbeelden) en Visconti toont het contrast tussen platteland en stadsleven meer contrastrijk in ROCCO E I SUOI FRATELLI (1960), maar de film van Olmi staat duidelijk ook in de context van dit tijdsbeeld.
 
Only at superficial level is the film a transparent rendering of a young man’s search for a job and his lowerclass family dreaming of new beginnings. Indeed, IL POSTO is a deftly-constructed cinematic and symbolic voyage through the new aspirations of contemporary life.” (Zaggario, 2004, p. 125)
 
5. documentatie
 
 
Literatuur
 
Internet

Il Posto
Italië, 1961, 93’, zw/w.
Regie: Ermanno Olmi. Produktie: Angelo Soffientini / The 24 Horses. Scenario: Ermanno Olmi. Camera: Lamberto Caimi. Muziek: Pier Emilio Bassi. Montage: Carla Colombo.
Met: Sandro Panseri (Domenico), Loredana Detto (Antonietta), Tullio Kezich (psycholoog).
 
Recensies