Holland Animation Film Festival (HAFF)


Het Holland Animation Film Festival (HAFF). Een geschiedenis
door Peter Bosma
circa 6.000 woorden
gepubliceerd in: Cinemagie, driemaandelijks filmstudietijdschrift jrg 51, nr. 279 (zomer 2012) pp. 62-72.

 

Inleiding
De uitdaging van een systematische analyse van het verschijnsel ‘filmfestival’ en ‘het internationale filmfestival circuit’ is in een sterk groeiend aantal wetenschappelijke publicaties opgepakt. NOOT 1
 
Ook voor mediahistorici zijn filmfestivals een interessant onderzoeksobject, want filmfestivals bieden in geconcentreerde vorm zicht op het proces van reputatievorming. Een filmfestival kan in verschillende gradaties naam en faam geven, aan zowel films als filmmakers. Reputaties kunnen worden gevestigd, bevestigd, bijgesteld of verguisd. Het beoordelingsproces van ‘top of flop’ verloopt steeds onder uitzonderlijke hoge druk, door de unieke concentratie van veel films en veel bezoekers en gasten in een beperkte tijd op een specifieke plaats. Ook een filmfestival zelf is onderworpen aan de grillen van reputatievorming. Op dit onderwerp wil ik hier nader ingaan, met het Holland Animation Film Festival als case study.
De evaluatie van een filmfestival dient systematisch en controleerbaar te gebeuren aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve prestatie- en perfomance-indicatoren. De evaluatie kan beginnen met het inventariseren van makkelijk meetbare kengetallen zoals het aantal vertoonde films en premières, het aantal gasten en juryleden, de hoeveelheid aantoonbare aandacht in de media (pers, radio, tv, internet) en het aantal bezoekers en gemiddelde bezettingsgraad van de voorstellingen. Een kwalitatieve succesfactor als ‘een goede artistieke invulling van het programma’ is te onderbouwen met de inventarisatie van de kwalificaties in de professionele festivalrecensies en door een representatief publieksonderzoek te houden onder de betalende bezoekers, gasten en vrijwilligers, gericht op een valide toetsing van hun waardering en tevredenheid.
Een filmfestival biedt een totaal andere vorm van cultuurspreiding dan het aanbod van de filmtheaters met hun reguliere filmvertoningen in een seizoensprogrammering. De festivalvertoningen hebben een incidenteel karakter, met de potentie om tot een populair en gerespecteerd evenement uit te groeien. De festivalstaf kan zich profileren met een gedegen en inspirerende toelichting op het programma en een verantwoording van hun selectie, met als doel de aandacht van de pers, het publiek en de financiers te trekken.
De noodzakelijke bedrijfsmatige voorwaarden voor het lanceren van een filmfestival zijn ten eerste een effectieve fondsenwerving bij overheid en bedrijfsleven en ten tweede een eveneens effectieve strategische marketing gericht op potentiële bezoekers en culturele ‘opinion leaders’ (filmjournalisten en overige pers en media). Bijna elk filmfestival in Nederland begint als kleinschalig evenement, dat tot stand komt dankzij de inzet van vele vrijwilligers en een kleine, hardwerkende festivalstaf. Na circa drie edities komt doorgaans het kritisch punt of het festival levensvatbaar is, want op het vlak van fondsenwerving vervalt de optie van startsubsidies en op het vlak van personeelsbeleid kan men niet blijven teren op gratis inzet van expertise. De vraag is of de stap naar een professionele bedrijfsvoering en financiering mogelijk is, en ook of het enthousiasme en het elan van het begin dan behouden kan blijven.
In het internationale festivalcircuit zijn talloze voorbeelden van ‘good practice’ te vinden van festivals die een vaste plaats op de kalender hebben verworven. Binnen het deelgebied van ‘filmfestival studies’ is inmiddels een begin gemaakt om deze good practice op verschillende manieren in kaart te brengen. De Zwitserse wetenschapper Charles-Clemens Rüling bijvoorbeeld heeft vanuit sociologisch-bedrijfskundig perspectief een kenschets gegeven van waarom het internationale animatiefestival van Annecy en de bijbehorende filmmarkt zo succesvol geworden is. Hij bekijkt dit festival en deze markt als een evenement dat een invloedrijke rol speelt in de ‘organisatorische velden’ van de filmindustrie. Hij onderscheidt een ontwikkelingslijn van vier stadia, met elk een eigen identiteit: het festival van Annecy is achtereenvolgens een ‘community event’, een ‘showcase event’, een ‘industry event’ en een ‘industry actor’. NOOT 2
 
Zijn theoretisch kader neem ik niet over, maar zijn historische schets van de ontwikkelingslijn van het festival vormt een waardevolle inspiratiebron. Zoals gezegd kies ik hier als case study het Holland Animation Film Festival (HAFF), een gespecialiseerd internationaal filmfestival dat ruim vijfentwintig jaar succesvol functioneert in de Nederlandse filmcultuur en het internationale filmfestivalcircuit.
 
1. De ontwikkelingslijn van het HAFF
In de periode 1985-2011 kwamen veertien edities van het HAFF tot stand. Deze festivalgeschiedenis kan in drie periodes verdeeld worden.
 
De eerste periode (1985 - 1992) is te benoemen als de pioniersjaren (zie ook Peters 1995). De festivallocatie was vanaf het begin filmtheater ‘t Hoogt. Het festivalkantoor was gevestigd op de krappe zolder van een historisch pand, waar overigens in 1981 ook de ‘Nederlandse Filmdagen’ (later: het ‘Nederlands Film Festival’) gestart is, waarover later meer. Het HAFF was aanvankelijk een kleinschalig evenement, dat om de twee jaar werd gehouden. Het was een initiatief dat gedragen werd door animatiefilmmaker Gerrit van Dijk en Gerben Schermer, die binnenkwam als stagiair. NOOT 3
Vanaf de start was er een nauwe samenwerking tussen het HAFF en de belangenorganisatie Vereniging Holland Animation: HAFF medewerkers waren actief bij het bestuur van de Vereniging en andersom ook. In 1993 werd het HAFF een zelfstandige stichting, in administratief opzicht was het HAFF de eerste jaren onderdeel van filmtheater ‘t Hoogt geweest.
In de pioniersjaren kwamen vier edities tot stand (in 1985, 1987, 1989 en 1992). Tijdens de eerste editie werden negentien nieuwe films uit Nederland en België vertoond en in totaal circa twee honderd films (onder andere een programma met Chinese animatiefilms). In 1989 ontving het festival voor de derde editie 340 aanmeldingen voor het competitieprogramma, waarvan 220 werden vertoond. In 1992 stond bij de vierde editie de teller op ruim 400 aanmeldingen en 300 geselecteerde films. In dat jaar maakte een bijdrage van het Prins Bernhard Fonds het mogelijk een professionele festivalcatalogus te produceren. Bij de eerste editie bestond het budget uit 25.000 gulden.
 
De tweede periode (1994 - 2008) wordt gekenmerkt door een groeiende erkenning van het HAFF. De Vlaamse publicist Edwin Carels gaf de festivalleiding naar aanleiding van de zesde editie het volgende compliment:
After six editions, the HAFF has now clearly proven that an agreeable and successful animation filmfestival does not necessarily have to present its selection in pre-digested, interpretative categories. It can be primarily a purely informative event, where interested parties meet one another around a series of keywords which are grouped together in a consistent way.” NOOT 4
Het HAFF had zich vanaf het begin in 1988 aangesloten bij CARTOON, onderdeel van MEDIA, het ondersteuningsprogramma voor de audiovisuele industrie van de Europse Unie. Vanaf 1991 wordt de Cartoon d’Or uitgereikt, de Europese filmprijs voor korte animatiefilms. NOOT 5
Het HAFF bouwde een Europees netwerk op, dit was zichtbaar in onder andere een samenwerking met het animatiefestival van Stuttgart in 1992, bij de samenstelling van een overzichtsprogramma rondom animatiefilms uit de Sovjet-Unie. NOOT 6
Vanaf de jaren negentig was sprake van een goede samenwerking met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) en de vakgroep Theater-, Fim- en Televisiewetenschap van de Universiteit Utrecht, met colleges over animatiefilm en vele stagiaires van deze studierichting.
In de groeifase was ook sprake van een overlap met het Nederlands Film Festival, omdat beide festivals een overzicht geven van recente Nederlandse (en Vlaamse) animatiefilms. De samenwerking tussen beide festivals kwam al vroeg tot uiting in onder andere het Marten Toonder retrospectief in 1986 en de organisatie van diverse debatten, studentenfilm programma’s en debuutfilm programma’s. In 2004 werd gezamenlijk de hommage van Producent Nico Crama georganiseerd (zie Hogenkamp, 2004).
In deze groeifase kwamen acht edities van het HAFF tot stand, in een tweejaarlijks ritme (in 1994, 1996, 1998, 2000, 2002, 2004, 2006 en 2008), steeds in het najaar.

Een belangrijk teken van erkenning is het feit dat het HAFF werd opgenomen in de Cultuurnota 1993-1996, met voorzetting in de Cultuurnota 2001-2004. NOOT 7
De beoordeling van het HAFF door de Raad voor Cultuur was in 2000 echter wel kritisch van toon, waarbij het bezoekersaantal als voornaamste graadmeter werd gehanteerd. NOOT 8
De volgende beoordeling van het HAFF door de Raad voor Cultuur in 2002 was meer genuanceerd, maar bleef kritisch van toon, met opnieuw het bezoekersaantal als graadmeter. NOOT 9
De Raad voor Cultuur adviseerde om de structurele subsidie voor het HAFF in de Cultuurnota van 2005-2008 voort te zetten (weliswaar voor een verminderd bedrag van 73.000 euro, want alle culturele organisaties kregen toen te maken met een korting van 2,5%).

De toenemende erkenning van het HAFF blijkt ook uit het prestige van de juryleden, die tevens bereid bleken hun eigen werk te presenteren. Animator Piet Kroon had al vroeg waardering voor de keuze van juryleden:
Schermer has a keen eye for the strategic importance of selecting a jury. International names add prestige to the competition and the festival. Much needed support because although the structural grant issued by the Ministery of Culture covers a large part of the budget, at least an equal part has to be brought together by sponsors.” NOOT 10
Daarnaast werkten vanaf het begin tal van prominente animatiefilmmakers mee aan de festivalleaders en festivalposters. NOOT 11
Vanaf 2000 kon het competitieprogramma van de korte films verrijkt worden met de uitreiking van de Dioraphte Grand Prix, een geldbedrag dat ter beschikking gesteld wordt door stichting Dioraphte. Het Nederlands Fonds voor de Film stelde vanaf 2000 een stipendium ter beschikking voor de winnaar van de studentencompetitie. Vanaf 2008 werd een competitie opgestart voor webanimatie, met een eigen festivalkanaal op YouTube (‘HAFF-Tube’).
Een schaduwzijde aan het verhaal over groeiende erkenning is dat het festivalbudget door de jaren heen beperkt bleef en dat de festivalstaf noodgedwongen klein bleef. De vele vormen van (inter)nationale waardering zorgde wel voor een toenemend zelfbewustzijn. In 2004 bracht festivaldirecteur Gerben Schermer de verworvenheden van het HAFF als volgt onder woorden:
“In twintig jaar is Utrecht als subtopper doorgedrongen tot de internationale eredivisie van animatiefilmfestivals. Je hebt Ottawa, Annecy en Hiroshima. Na die top 3 komen wij zo’n beetje. [...] Het festival confronteert je met een gigantische variatie aan beeldende kunst. De beeldcultuur komt hier samen, de top van die beeldcultuur is hier te zien.” NOOT 12
 
De derde periode (2009 - heden) kan gekenschetst worden als de periode van nieuwe uitdagingen. In de cultuurnota periode van 2009-2012 werd het HAFF opgenomen in de Basisinfrastructuur (BIS), met een subsidie van 115.500 euro. De overige inkomsten zijn afkomstig van bijdragen van de gemeente Utrecht, Provincie Utrecht, fondsen, sponsors en recettes. NOOT 13
De Raad voor Cultuur bleef kritisch en adviseerde in 2008 om de structurele rijkssubsidie van 2009-2012 aan het HAFF slechts onder strikte voorwaarden toe te kennen:
Gegeven het toenemende belang van animatie groeit de noodzaak voor een goed internationaal platform voor de presentatie en ontwikkeling van de animatiefilm in den brede. Het festival vervult die functie op dit moment verre van optimaal. De Raad adviseert daarom het festival een voorlopige subsidie toe te kennen voor twee jaar, om dan aan de hand van een nieuw beleidsplan te beoordelen of de instelling voldoende is geprofessionaliseerd om ook voor de resterende periode in aanmerking te komen voor rijkssubsidie.” NOOT 14
Het HAFF heeft in 2010 een tussentijdse festivalvisie op papier gezet, met een nadere verantwoording van de de ambities en voornemens. De Raad van Cultuur reageerde positief hierop:
Volgens de Raad heeft het HAFF een serieuze slag gemaakt in de beleidsvorming enis het HAFF, ondanks de kleine organisatie, zeer inventief in de samenwerking met andere partijen. De kleine organisatie blijft volgens de Raad echter de achilleshiel van het HAFF en de Raad begrijpt de wens om een zakelijk leider aan te trekken.” NOOT 15
 
Als we een momentopname maken in 2012, dan kunnen we constateren dat het HAFF in de 21e eeuw aan de ene kant een solide positie heeft verworven, met als meest zichtbaar effect het fors groeiende bezoekersaantal: van 10.000 in 2002 naar 49.400 in 2010. Op het gebied van marketing werd geïnvesteerd in de digitale marketing en informatieverwerking. Vanaf 2004 was het mogelijk films digitaal aan te melden en in 2010 werd een nieuwe database (‘Fiona’) en een nieuwe website in gebruik genomen. De website van het HAFF bevat een archief van alle festivaledities. In 2008 werd de beslissing genomen over te gaan op een jaarlijkse frequentie. In 2011 besloot de festivalstaf tot een verschuiving van oktober naar het voorjaar, opdat het HAFF beter in de internationale festivalkalender zou passen. NOOT 16.

In 2011 kreeg ook de langdurige samenwerking met de Universiteit Utrecht een nieuwe dimensie met de aanstelling van de Britse onderzoeker Paul Ward als de eerste ‘Centre for the Humanities-HAFF Festival Fellow’. NOOT 17
Aan de andere kant is de huidige positie van het HAFF bedreigd door de voornemens in het beleidsplan ‘Meer dan kwaliteit’ (2011), waarin staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra de structurele subsidie van onder andere het HAFF schrapt. Het festival is in de Cultuurnotaperiode 2013-2016 geen onderdeel meer van de Basisinfrastructuur en zal een subsidieaanvraag moeten doen bij het Nederlands Filmfonds.

Het HAFF is inmiddels ook niet meer het enige animatiefilmfestival in Nederland. Het monopolie in deze niche werd verbroken door de komst van kleinere evenementen zoals KLIK! Amsterdam Animation Festival, dat in 2007 verhuisde van Gent naar de Amsterdamse studentenbioscoop Kriterion, en het Zwols Animatiefilmfestival (ZAFF), een eendaags festival dat in 2007 werd opgestart. Daarnaast ontstonden in het domein van de creatieve industrie diverse ‘cross media events’, zoals het festival Playgrounds, waarover later meer.
 
 
2. de artistieke koers in vogelvlucht
Ik begin deze paragraaf met een korte kenschets van twee algemene punten: de paradox van de herkenbare onvoorspelbaarheid en de tol van de onderlinge rivaliteit. De artistieke koers van een filmfestival is zichtbaar in de beredeneerde selectie van het hoofdprogramma en de bijprogramma’s. De festivalstaf profileert zich met hun keuze van films uit een overweldigend breed aanbod. In de festivalcatalogus en interviews zullen ze impliciet of expliciet duidelijk moeten maken waarom juist deze film op het festivalprogramma mag staan, vanwege welk soort uitzonderlijke kwaliteit. Aan de andere kant is het voor de promotie van het programma noodzakelijk een herkenbare ‘corporate identity’ te hebben. Een filmfestival heeft in dit perspectief gezien baat bij een herkenbare artistieke koers. Deze vorm van continuïteit en herkenbaarheid staat echter haaks op het ideaal van de programmeurs, die bij elke editie steeds opnieuw zullen trachten een onvoorspelbaar, verrassend en uniek programma te maken.
Op praktisch vlak heerst achter de schermen van de filmfestivalwereld een levendige strijd om films te ontdekken en te verwerven voor een festivalvertoning. De artistieke keuze is in sterke mate afhankelijk van het beschikbare filmaanbod en de beschikbare bewegingsvrijheid. Dit klinkt als een open deur, maar in de praktijk ziet een festivalprogrammeur zich geconfronteerd met een complex netwerk van externe factoren, zoals de internationale filmmarkt, de internationale rivaliteit tussen festivals, de financiering van het festival en de mate van lokale facilitering. Want laten we niet vergeten dat filmfestivals weliswaar een internationaal netwerk van filmvertoningen vormen, maar dat ze ook geworteld zijn in een lokale filmcultuur en nationaal cultuurbeleid.
 
De festivalstaf van het HAFF koos vanaf het begin voor een profilering door een breed spectrum van internationale animatie te presenteren. In de beginjaren was er een weloverwogen keuze de programmering van kinderfilms te vermijden. Festivaldirecteur Gerben Schermer legde in 1991 uit waarom:
Most people are biased. They think that animation is purely meant for children. You can only break through that by offering continuity in strong, interesting film programmes. That’s why I don’t show a children’s programme. It would boost the box office, but I just can’t afford throngs of children. It would only confirm the prejudice and you would risk losing the actual target group.” NOOT 18
De eerste component van het hoofdprogramma van het HAFF bestaat uit een panorama van nieuwe, internationale, onafhankelijk gemaakte animatiefilms, aangevuld met thematische ‘state of the art’ programma’s, onder andere rondom nationale animatieproductie in landen zoals China (1985), Engeland (1987), Japan (1989, 2006 en 2009), Sovjet-Unie (1992), Duitsland (1994), Polen (1996) en de Verenigde Staten (1998). Vanaf 2004 is op het HAFF aandacht voor ontwikkelingen op het gebied van webanimatie.
De historische component is altijd goed vertegenwoordigd geweest op het HAFF, vanaf de eerste editie is ruimte gemaakt voor de vertoning van het geanimeerde filmerfgoed. Het HAFF presenteerde diverse overzichten van historische periodes, zoals in de editie van1992 bijvoorbeeld het programma van de Duitse experimentele animatiefilms uit de jaren twintig en dertig. Daarnaast is te wijzen op het programma rondom de Sovjet studio Soyuzmultfilm (in 1996) en de Sovjet propaganda animatiefilms (in 1992 en 2006). In 2009 werd een hommage gegeven aan de animatiepioniers Emile Cohl en Arthur Melbourne-Cooper.
Het HAFF presenteerde bijna elke editie een groot retrospectief van een Nederlandse animatiefilmmaker. Enkele voorbeelden: Ton van Saane (1985), Paul de Nooijer (1987), Harrie Geelen (1992), Bart Vegter (1994), Ties Poeth (1996), Gerrit van Dijk (1998), Paul Driessen (2000), Monique Renault (2002), Nico Crama (2004) en Borge Ring (2006). In de editie van 2002 werd een In Memoriam programma georganiseerd ter nagedachtenis van Ronald Bijlsma en in 2006 voor Beatrijs Hulskes. Het Nederlandse filmerfgoed kwam verder aan bod in 1994 met een programma van vooroorlogse Nederlandse animatiefilms. De oorlogsjaren werden verkend in de editie van1992 en 2006, onder andere met de vertoning van Van den Vos Reynaerde (1943) in een door het Filmmuseum teruggevonden en geconserveerde kopie.
In 1996 werden drie historische programma getoond met Nederlands filmerfgoed: een overzicht van de Philips opdrachtfilms, de jubileumviering van tien jaar festivalcompetitie voor toegepaste animatie en een selectie animatiefilms uit het archief van het Filmmuseum, onder andere Serenade (Hendrik de Vogel, 1938) en Alladdin en de Magische Lamp (George Pal, 1939). Het Nederlands Audiovisueel Archief (nu: ‘Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid’) presenteerde zich twee jaar later tijdens het HAFF 1998 met ondere andere de herontdekking van Een Zéér Zonnige Wereld. Openbaringen 21:1 (Pieter de Groot, 1972). Deze experimentele animatiefilm werd destijds geselecteerd voor de competitie in het festival van Cannes maar verdween daarna spoorloos in de kelder van het filmarchief. Op het HAFF 2002 werden alle beschikbare films die George Pal voor Philips had gemaakt vertoond en in 2008 volgde een overzicht van dertig jaar Nederlandse experimentele films (1960-1990). In 2010 werd door EYE Film Instituut Nederland de voortgang van de conservering en restauratie van de films uit de Collectie Geesink Studio gepresenteerd.
 
De tweede component van het HAFF programma bestaat vanaf het begin uit de competitie voor opdrachtfilms, dit gebeurde met de intentie een verbinding met de beroepspraktijk te leggen. Dit streven werd ondersteund door middel van seminars, master classes, lezingen en talk shows. Daarnaast was er vanaf het begin op het HAFF een aparte competitie voor studentenfilms uit Nederland en België.
Gerrit van Dijk gaf in 1992 de volgende toelichting: “De basis van het festival is het competitieprogramma voor toegepaste animatie, veelal dus commerciële produkten. Dat is van belang omdat zoiets nergens in de hele wereld gebeurt. Alle andere animatiefestivals richten zich op de zogenaamde artistieke sector. Doordat je met deze specifieke invalshoek het enige festival bent in de hele wereld, heb je ook kans dat men uit de hele wereld naar Utrecht komt. En daaraan koppel je dan de mogelijkheid om te laten zien wat men in Nederland aan ‘vrije animatie’ maakt. Zou je in Utrecht alleen naar ‘vrije animatie’ kijken, dan was je een van de twintig festivals in de hele wereld en dan zou je internationaal geen deuk slaan.” NOOT 19
Festivaldirecteur Gerben Schermer vulde dit in hetzelfde interview in 1992 aan met de uitspraak:
 “Sommige festivals hebben er een ondergeschoven sectie voor toegepaste animatie bij. Wij staan op het standpunt dat het een geheel eigen kunstvorm is, die een betere waardering verdient. Daarnaast ligt er het feit dat toegepaste animatie vaak de enige bron van inkomsten vormt voor animators. Als je op die afdeling nu het hoofdaccent legt, waardoor je dus ook allerlei mensen van reclamebureaus en dergelijke naar Utrecht trekt, en vervolgens geef je in het festival ook aandacht aan de zogenaamde ‘vrije’ of artistieke sector, dan breng je die commerciële mensen daarmee in aanraking. Op dat moment help je ieders blik te verruimen. Het festival is dan een soort showroom die laat zien dat animatie veel meer mogelijkheden heeft dan mensen vermoeden. Mensen denken bij animatie nog veel te veel dat het iets is voor kinderen.” NOOT 19
Op instititutioneel vlak was er onder andere aandacht voor de Vereniging Holland Animation, die twee keer werd vereerd met een jubileumprogramma: bij het tienjarig bestaan in 1992 en het 25-jarig bestaan in 1998. Het HAFF zelf had ook een jubileumprogramma bij de tiende editie in 2004. In hetzelfde jaar bestond ook het Nederlands Instituut voor Animatiefilm tien jaar en werd een overzicht gegeven van de productie in de NIAf-Ateliers. In 2008 volgde een overzicht van de animatiefilmproductie in het kader van het tien jarig bestaan van een aparte animatiecommissie bij het Nederlands Filmfonds. In 2009 presenteerde Willem Thijssen, de eerste animatie intendendant van het Nederlands Filmfonds, zijn Persoonlijke Keuze.
Het HAFF functioneerde dus zowel als een netwerk platform voor professionals als een promotie podium voor animatiefilms in het algemeen. De rode draad hierbij was de legitimering van animatiefilm als volwassen kunstvorm en de bestrijding van het vooroordeel dat animatie uitsluitend bestemd zou zijn als kinderamusement.
 
3. nieuwe ontwikkelingen in de animatiesector
Zoals we in de vorige paragraaf zagen, toont het HAFF naast opdrachtfilms en filmerfgoed ook de oogst aan nieuw talent en het nieuwe werk van gevestigde namen in de animatiesector. Het festival biedt de bezoeker een panorama van de meest recente artistieke innovatie in korte animatiefilms en geanimeerde speelfilms. Het aanbod van het HAFF staat niet alleen in de context van het Nederlands filmfestivalcircuit, maar verhoudt zich ook tot evenementen in de creatieve industrie en exposities binnen het domein van de Nederlands musea voor moderne kunst. Hier volgt een korte verkenning van deze grensgebieden.
Naast het HAFF is in het Nederlandse filmfestivalcircuit aandacht geweest voor de vertoning van animatiefilms. Vanouds presenteert het Nederlands Film Festival veel animatiefilms, zoals het jubileumprogramma van il Luster Producties in 2008 of de hommage aan Rupert van der Linden in 2010. Daarnaast biedt het Impakt Festival vanaf 1989 een overzicht van de avantgarde visuele cultuur, waaronder veel animatie. Het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) presenteerde in 2003 de wereldpremière van Last Words of Dutch Schultz (Gerrit van Dijk, 2003). In 2007 werd in samenwerking met het HAFF op het IDFA een programma van veertig geanimeerde documentaires gepresenteerd. De samenwerking met het IDFA werd voortgezet bij de vertoning van de internationale festivalhit Waltz with Bashir (Ari Folman, 2008), die als openingsfilm van het HAFF 2008 functioneerde en ook op het IDFA 2009 werd gepresenteerd. Met name de geanimeerde speelfilms zijn echter in toenemende mate op andere festivals te zien. Het HAFF was aanvankelijk het voornaamste platform voor de Nederlandse premières van internationale grote films, zoals The Secret Adventures of Tom Thumb (Dave Brothwick, 1993), The Nightmare Before Christmas (Tim Burton/Henry Selick, 1993), Faust (Jan Svankmajer, 1993), Institute Benjamenta (Brothers Quay, 1996). Dit veranderde in de 21e eeuw. De Nederlandse premieres van internationale lange animatiefilms worden steeds meer over verschillende filmfestivals verdeeld, afhankelijk van de releasedatum. Het International Film Festival Rotterdam presenteerde bijvoorbeeld in februari 2008 de Nederlandse première van het internationaal succesvolle Persepolis (Marjane Satrapi & Vincent Paronnaud, 2007), deze film ging later dat jaar in reprise op het HAFF 2008. De eerste vertoningen in Nederland van Mary and Max (Adam Elliot, 2009) waren op het Internationaal Film Festival Breda 2010 en een maand later op het Imagine Amsterdam Fantastic Filmfestival 2010. De nieuwe trend van 3D speelfilms was in Up (2009) voor het eerst zichtbaar, deze film ging op het filmfestival Film by the Sea 2009 in Nederlandse première.
Het HAFF richt zich op volwassenen en vertoond daarom slechts in beperkte mate animatiefilms uit de sector van jeugdfilms en jeugdtelevisie. Het HAFF introduceerde in 2002 wel het bijprogramma ‘Holland Animation Junior’ en kent vanaf 2006 een ‘Moviesquad HAFF Junior Competitie’ en een succesvol en substantieel educatie-aanbod. NOOT 20
De presentatie van animatiefilms voor kinderen (4 en 8 ) en jeugd (12 ) komt aan bod op het Cinekid festival in Amsterdam, dat vanaf 1987 elk jaar in de herfstvakantie een overzicht geeft van de non-commerciële buitenlandse jeugdfilms en de voorpremières van distributeur Twin Film, waaronder vele animatiefilms. Daarnaast presenteert Cinekid de oogst aan geanimeerde televisieseries voor de jeugd, zoals bijvoorbeeld geproduceerd door de VPRO voor hun programma Villa Achterwerk. In 2006 presenteerde Cinekid ook een retrospectief van vijftien Disney films en in 2008 onder andere de voorpremière van de Disney/Pixar block buster Walle-E.
In Nederland ontstonden daarnaast zoals eerder vermeld twee kleinschalige jaarlijkse animatiefilmfestivals: het KLIK! Amsterdam Animatie Festival en het Zwols Animatiefilmfestival (ZAFF). Tevens is te wijzen op het festival van de korte film, Go Short (Nijmegen, vanaf 2009), waar ook vele korte animatiefilms te zien zijn.
In Nederland zijn er in toenemende mate ook evenementen in het domein van de creatieve industrie, waarbij animatie gepresenteerd wordt. Een voorbeeld is het Playgrounds festival in Tilburg, dat sinds 2006 bestaat. Dit festival kenschetst zich op hun website als volgt:
Playgrounds Audiovisual Arts Festival is a festival for innovative and creative digital art. During the two-day festival in Tilburg, Playgrounds presents an impression of the latest developments in technology as well as creativity. The festival programme offers an inspiring mix of inventive films, documentaries, animation, graphic design, artist talks, character design and performances.’ NOOT 21
Daarnaast is een toenemend aantal conferenties en festivals te signaleren in de sector van de creatieve industrie. NOOT 22
Naast filmfestivals bieden ook exposities in musea van moderne kunst een mogelijkheid tot het presenteren van animatiefilms. In Nederland zijn enkele goede voorbeelden te noemen: de expositie ‘Beeldje voor Beeldje’ in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1974, ‘Beeld voor Beeld’ in het Arnhems Gemeentemuseum in 1983, de exposities van Gerrit van Dijk in het Frans Halsmuseum in 1990 en het Filmmuseum in 2004, en de expositie ‘De Fantasiefabriek’ in het Brabants Museum in Den Bosch in 2009. Het HAFF organiseerde in 2008 de expositie van de installatie ‘Intra Muras’ van Rose Bond in het stadhuis van Utrecht, in 2009 de presentatie van de installatie ‘Handelingen’ van Maarten Isaak de Heer en in 2010 de expositie in het CBKU en het Centraal Museum van de ‘Artist in Residence’ Sun Xun. NOOT 23
 
Een invloedrijke factor in het krachtenveld van presentatie van animatiefilms is de toenemende digitalisering van de mondiale filmcultuur, die de bestaande praktijk van filmhandel waar filmfestivals op gebaseerd zijn ingrijpend verandert. De digitalisering ondergraaft de macht van traditionele instituties en vergt bijstelling van de gangbare organisatievormen, maar het geeft ook meer mogelijkheden tot een werkelijk onafhankelijke internationale circulatie van animatiefilms.
In 2009 en 2010 exploreerde het HAFF in het hoofdprogrammaonderdeel ‘The Cutting Edge’ de wisselwerking tussen film, beeldende kunst, games en digitale motion graphics en ander vormen van animatie op internet, met in beide jaren een overzicht van het beste uit het Stash DVD Magazine en een greep uit de jaarlijkse computer graphics conferentie SIGGRAPH Asia. Tevens werd het werk van de finalisten en winnaars van de Europese competitie Cartoon d’Or getoond en kreeg lokaal Nederlands jong talent een podium in de vorm van een open doek (DAD, een initiatief van Kunstfactor, sectorinstituut voor amateurkunst).
In 2009 was er aandacht voor het Berlijnse Pictoplasma project en de Deense bacheloropleiding Animation Workshop. In 2010 volgde een presentatie van de afstudeerfilms van de Bacheloropleiding Animatie van AKV/St.Joost (Breda), waar dat jaar een Masteropleiding Animatie gestart was. Ter vergelijking kon op het HAFF 2010 ook Supinfocom, de Franse opleiding in digitaal filmmaken, zich presenteren. Vanaf 2009 presenteert Edwin Carels de voortgang van zijn promotie-onderzoek aan het KASK in Gent op het HAFF. In 2010 verkende hij in het programma ‘Reanimating Found Footage’ het hergebruik van beelden van experimentele filmers, media-activisten en beeldende kunstenaars. In een toelichting zei hij:
Nu animatie zoveel meer gemeengoed is geworden in de dagelijkse media, vormt het ook een gemakkelijke en relevante bron van materiaal om opnieuw te gebruiken en van een nieuwe context te voorzien.” NOOT 24
 
Afronding
In dit artikel heb ik beknopt de ontwikkelingslijn van het HAFF geschetst en een kenschets gegeven van de artistieke koers en de institutionele context van dit festival. Er is nog genoeg nader onderzoek te doen rondom de bestudering van filmfestivals in het algemeen en van het HAFF in het bijzonder. Elk filmfestival is een dynamische bubbel waarin de waan van de dag zich tijdelijk kristalliseert. Dit fenomeen leent zich bij uitstek voor gedegen historisch institutioneel onderzoek om zichtbaar te kunnen maken welke ontwikkelingen te signaleren zijn in de aanpak van circulatie van films en reputatievorming, met als ultiem doel de verklaring van deze historische ontwikkelingen en mogelijk een verbinding te leggen naar de dynamiek van de actuele filmcirculatie en reputatievorming.
De wereld van international animatiefilmfestivals is in beweging. Je zou het kunnen vergelijken met een peleton wielrenners, alleen heeft deze koers geen finish en dus ook geen winnaar. Er is wel een (informele) rangorde. Het animatiefilmfestial van Annecy heeft bijvoorbeeld vanaf de oprichting een leidende positie verkregen en heeft deze weten te behouden. Als we ons beperken tot een greep uit het Europese veld, dan kunnen we signaleren dat het animatiefilmfestival van Stuttgart door de jaren heen is gegroeid in uitstraling, en dat er daarnaast tal van interessante nieuwkomers zijn, zoals het Anifest in Tsjechië, en het Anima festival in Brussel. De groei en bloei van het HAFF binnen dit international festivalcircuitverdient een uitvoerige studie waarin de ontwikkelingslijn op het gebied van artistieke koers en de reacties van pers, publiek en professionals in meer detail beschreven en kritisch gewogen wordt.
 
Gebruikte literatuur
  • D. Bergman,‘Disney down, animation up ! in : Vpro-gids 30 oktober 2004, p 24-26.
  • B. Bosma, ‘Festival Watch: The Holland Animation Festival. A Story about devotion’, in : fps no 14, 1998, p.16-19.
  • P.Bosma, ‘Het verschijnsel van internationale filmfestivals’ (februari 2009), URL: www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=25. Engelse versie : www.peterbosma.info/?p=english&english=8.
  • E. Carels, Holland Animation Film Festival: Business or Pleasure ? Some Reflections on the Sixth Edition’, in : Holland Animation Bulletin, International Issue, 1997/1998, p. 17-29.
  • E.Carels, ‘Holland Animation Film Festival (2). Van Sovjet-Propaganda tot Gos-reclame’, in : Skrien 185 (aug/sept 1992) p 51-52.
  • Alle HAFF catalogi: 1987, 1989, 1992, 1994, 1996, 1998, 2000, 2002, 2004, 2006, 2008, 2009 en 2010.
  • Een selectie van HAFF jaarverslagen : 1989, 1992, 1998, 2000, 2005, 2007, 2008, 2009, 2010.
  • H. den Draak, ‘The Holland Animation Film Festival. The Party last More Than Four Days’ (an interview with the festival director Gerben Schermer), in : Holland Animation Bulletin, International Issue, 1995, p. 44-47.
  • B. Edera, ‘Animation Festivals: A Brief History’, in: Animation World Magazine, January, 1, 1997. URL: http://www.awn.com/mag/issue1.10/articles/edera.eng1.10.html
  • M. Glassman & T. Gloudemans, Paul Driessen: images and reflexions. Utrecht/Annecy: Holland Animation Film Festival/Centre International du Cinéma d’Animation, 2002.
  • C. van der Grinten, ‘De animators (10): Gerben Schermer. Meer aandacht voor animatie!’, in: de Filmkrant 129, december 1992, p. 22.
  • B. Hogenkamp, Nico Crama: filmmaker. Utrecht/Hilversum: Nederlands Film Festival/ Holland Animation Film Festival/Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, 2004.
  • Holland Animation Film Festival, beleidsplan 1997-2000, Utrecht, 28 december 1995.
  • P. van Lierop, ‘Uitbreker: Holland Animation Film Festival’, in: Utrechts Nieuwsblad 22-4-1992 (interview met Gerben Schermer en Gerrit van Dijk).
  • S. Loist & M. de Valck (eds) Film Festivals / Film Festival Research: Thematic Annotated Bibliography, 2010, URL: www.1.uni-hamburg.de/Medien/berichte/arbeiten/0091_08.html. Onderdeel van het Film Festival Research Network (FFRN), verbonden aan het European Network for Cinema and Media Studies (NECS), URL: www.necs.initiative.org.  
  • P.Kroon, ‘Holland Animation Film Festival. Animation must return to the cinema’, in: Holland Animation Bulletin, International Issue 1991, p 16-18.
  • M. Peters & E. Barten, Meestal in ‘t verborgene: animatiefilm in Nederland 1940-1945. , Abcoude/Tilburg: Uniepers, NIAf, 2000.
  • M. Peters,’Holland Animation Film Festival: The History’, in: Holland Animation Bulletin, International Issue, 1995, p. 47-50.
  • M.Peters & I. Van de Velden, ‘Russische animatiefilms en hun archieven’, in: GBG Nieuws nr. 20 (1992).
  • Raad voor Cultuur, Advies Cultuurnota 2001-2004, Holland Animation Film Festival, URL: http://2008.cultuur.nl/adviezen_cultuurnota_0508_vervolg_v3.php?id=4&deel=11&advies=2283 of http://old.cultuur.nl/files/pdf/advies/FLM-026.pdf.
  • Raad voor Cultuur, Advies Cultuurnota 2005-2008, Holland Animation Film Festival, URL: http://2008.cultuur.nl/adviezen_vervolg.php?id=4&advies=5305 en http://2008.cultuur.nl/adviezen_vervolg.php?id=4&advies=3403.
  • Raad voor Cultuur, Advies Basisinfrastructuur 1.0, Cultuurnota 2009-2012, Holland Animation Film Festival, URL:http://old.cultuur.nl/adviezen_vervolg.php?id=4&advies=5305.
  • Ch-C Rüling, ‘Festivals as Field-configuring Events: The Annecy International Animated Film Festival and Market’, in: D. Iordanova & R. Rhyne (ed) Film Festival Yearbook 1: The Festival Circuit, St. Andrews: St. Andrews Film Studies, 2009, p.49-66.
  • H. Zijlstra, ‘Meer dan kwaliteit. Een nieuwe visie op cultuurbeleid’, bijlage bij Kamerbrief 10-06-2011, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, URL: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2011/06/10/meer-dan-kwaliteit-een-nieuwe-visie-op-cultuurbeleid.html.
 
Noten
Met dank aan mijn kritische en welwillende proeflezers (in alfabetische volgorde): Ton Crone, Erik van Drunen, Anet ter Horst, Gerben Schermer, Mette Peters.
 
1. Voor een bibliografie van filmfestival studies, zie Loist & De Valck, 2010. Zie ook www.filmfestivalresearch.org.
2. Rüling 2009, 16.
3. zie onder andere Den Draak 1995, 45.
4. Carels 1997/1998, p 23.
5. Zie http://www.cartoon-media.eu/OR/about.php
6. zie onder andere Carels 1992, en Peters & Van de Velden, 1992.
7. De bedragen van de structurele subsidie voor het HAFF zijn als volgt:
  • Investeren in cultuur: Nota Cultuurbeleid 1993-1996, Den Haag: Sdu 1992, Ministerie van WVC, p. 211. HAFF subidie toegekend, conform het advies van Raad van Cultuur: 50.000 gulden.
  • Pantser of Ruggegraat: Cultuurnota 1997-2000, Ministerie van OC&W, september 1996, p 107: HAFF subisidie in 1996 was 52.000 gulden, gevraagd: 173.000 gulden. Toegekend: 72.000 gulden (inclusief 10.000 gulden in het kader van Nederland Vrijhaven, een stimulering van Nederland als internationale culturele ontmoetingsplaats).
8. Beoordeling Raad voor Cultuur van het HAFF in 2000: http://old.cultuur.nl/files/pdf/advies/FLM-026.pdf.  
“ [...] Het festival is vooral aantrekkelijk voor een publiek dat beroepshalve belangstelling heeft voor animatie. Gezien de stijgende populariteit van deze kunst- en mediavorm in het digitale tijdperk, moet er beslist een breder publiek te interesseren zijn voor het HAFF. Een eerste vereiste is dan wel een visionair beleidsplan met een overtuigende strategie om het festival stevig te positioneren in een veranderend film- en medialandschap. De programmering voor het komende festival (november 2000) geeft geen blijk van innovatiedrang en komt weinig geïnspireerd over. [...] “.
9. Beoordeling Raad voor Cultuur van het HAFF in 2002: http://old.cultuur.nl/adviezen_cultuurnota_0508_vervolg_v3.php?id=4&deel=11&advies=2283
“ [...] Het belang van het Holland Animation Film Festival is onbetwist. Met de programmering, die inzet op de autonome animatiefilm die buiten Hollywood tot stand komt, heeft het festival zich ook in internationaal opzicht aanzien verworven. Dat de festivaldirecteur regelmatig als gastcurator door collegafestivals gevraagd wordt, onderstreept dat. Ook de platformfunctie voor de Nederlandse animatiewereld wordt waargemaakt. De Raad zet evenwel grote vraagtekens bij de professionaliteit van het festival. Noch op organisatorisch, noch op publicitair en zakelijk vlak maakt het festival zijn potentie waar. Het is buitengewoon teleurstellend dat de groeiende interesse voor animatie in het kader van de ontwikkelingen in het digitale domein nauwelijks weerslag heeft gehad op het publieksbereik van het enige animatiefestival dat Nederland rijk is. [...] ”.
10. Kroon 1991,18.
11. voor een overzicht van HAFF leaders en HAFF posters zie www.haff.nl/nl/archief/posters-leaders.
12. Bergman, 2004, 26.
13. zie HAFF jaarverslag 2010, p 11-12.
14. http://old.cultuur.nl/adviezen_vervolg.php?id=4&advies=5305.
15. HAFF jaarverslag 2010, p 13.
16. De vijftiende editie van het HAFF is gepland op 28 maart tot en met 1 april 2012. In 2011 was er geen festivaleditie, maar werd wel in samenwerking met het Nederlands Filmfestival een competitie voor Nederlandse animatie gehouden. Zie http://www.haff.nl/nl/haff/haff-naar-het-voorjaar/.
17. Tijdens het Nederlands Film Festival 2011 gaf hij zijn eerste lezing, getiteld ‘Dark Intervals, Mechanics and Magic: Animated Movement as the Illusion of Life’.
18. Kroon 1991, 18.
19. Van Lierop, 1992.
20. zie http://www.haff.nl/nl/educatie/
21. www.playgroundsfestival.nl
22. Enkele voorbeelden van festivals in de sector van de creatieve industrie:
  • Impakt, Utrecht (vanaf 1990)
  • Dutch Design Week (DDW), Eindhoven (vanaf 2002).
  • GOGBOT: Art, Music & Technology Festival, Enschede (vanaf 2004).
  • STRP festival , Eindhoven (vanaf 2007)
  • E-pulsefestival,, digital art experience, Breda (vanaf 2009)
  • Rewire Festival for Contemporary Culture, Den Haag (vanaf 2011)
Enkele voorbeelden van conferenties:
23. Enkele tentoonstellingscatalogi zijn:
  • K. Broos (ed), Beeld voor Beeld. Nederlandse en internationale animatiefilm van bio-kraai tot computeranimatie, Den Haag: Stichting Holland Animation, 1983 (tentoonstellingcatalogus Arnhems Gemeentemuseum).
  • A.  Stroeve, F. Sleeboom, P. van der Have (eds), Beeldje voor Beeldje, een tentoonstelling over de Nederlandse animatiefilm, Amsterdam: Stedelijk Museum, 1974 (atelier 12, 4 oktober – 10 november 1974).
  • T. Gloudemans, Gerrit van Dijk: de kunst van beweging. Tentoonstellingscatalogus Frans Hals Museum, Haarlem, 1990.
Deze voorbeelden zijn nog aan te vullen met meer tentoonstellingen, zoals bijvoorbeeld de reizende expositie ‘Movie Magic’ die in 2004 te zien was in diverse Centra voor Beeldende Kunst in Nederland en in het Institut Néerlandais in Parijs. Of nog een voorbeeld: het eendaags animatiefilmfestival De Lijn, naar aanleiding van de expositie ‘Studio Vertigo - Robbie Cornelissen’ in het Centraal Museum, Utrecht 22 mei 2011. Zie: www.centraalmuseum.nl/page.ocl?pageid=691.
24. Animation Magazine HAFF 2010, p.56.