de K van Kikkervijver


Een column over filmkritiek
door Peter Bosma

Naar aanleiding van het debatprogramma ‘F voor Filmkritiek’,
10 en 11 december 2009 in Filmhuis Den Haag.

Filmkritiek is een fascinerend verschijnsel want goede filmkritiek is van nature onvoorspelbaar en is ook permanent in beweging. De afbakening van goede filmkritiek lijkt moeilijk concreet en meetbaar te maken, maar na meer dan honderd jaar beroepspraktijk zijn er toch wel enkele zekerheden te benoemen.
 
Om te beginnen: een filmcriticus moet goed kunnen schrijven, dit is een ambacht dat valt te leren door veel oefening, aangevuld door trainingen binnen bijvoorbeeld een opleiding journalistiek of universitaire filmstudies. Uiteraard is niet iedereen die goed kan schrijven meteen ook een goede filmcriticus, want een filmcriticus moet tevens in staat zijn elke keer opnieuw opgewekt aan een film te beginnen, gewapend met een frisse blik, een neutrale verwachting en een lichte tinteling van nieuwsgierigheid. Na afloop van de filmvertoning moet de criticus bovendien in staat zijn de impressies hiervan meteen te plaatsen in een brede context van ervaring en kennis, een gedegen actuele en historische repertoirekennis en inzicht in de filmcultuur. 
De benodigde balans (of paradoxale combinatie) van expertise en onbevangenheid blijkt in de praktijk moeilijk te bereiken en nog moeilijker voor langere tijd keer op keer vol te houden.
Deze uitdaging vormt de essentie van filmkritiek, de rest is te beschouwen als randverschijnsel.
 
Ho ho...  randverschijnselen kunnen natuurlijk zeer boeiend zijn.
Neem de generatiekloof: zoals overal zie je in de filmkritiek een opeenvolging van generaties. Deze wisseling van de wacht kent veel variaties, vaak bepaalt de tijdsgeest of het een bloedig gevecht inclusief rituele vadersmoord wordt, of toch meer een feestelijke overdracht van het gezag en de macht. In Nederland lijkt momenteel een redelijke harmonie te heersen tussen de gevestigde critici en de jonge  generatie.  De Filmkrant bijvoorbeeld functioneert al jaren als kweekvijver van talent en bij de landelijke dagbladen is sprake van een hoogwaardige en gevarieerde invulling van de filmredacties.

De generatiewisseling wordt in onze tijd overschaduwd door een ander, meer dominant randverschijnsel: de komst van internet.
De kikkervijver van de filmkritiek is hierdoor plotseling veel groter geworden, iedereen kan opeens meekwaken.
(dit is overigens niet minachtend bedoeld, want was is mooier dan een vijver met kikkers?)
 
We hebben dus de beschikking gekregen over het internet, met zijn brede poorten en open podia. Dit heeft grote consequenties, met zowel voordelen als nadelen.
Al sinds 1895 bestaat het breed verspreid misverstand dat filmkritiek louter hoeft te bestaan uit het ventileren van opinies en persoonlijke ontboezemingen.
Dit misverstand is impliciet bestreden met een grote stroom van recensies van hoge kwaliteit, die aantonen hoe goede filmkritiek er uit kan zien. We leven in interessante tijden: we kunnen ons gelukkig prijzen te kunnen beschikken over deze nog steeds groeiende historische lijn van ‘Best Practice’ die we kunnen bestuderen en analyseren. Daarnaast beschikken we over een groot aanbod van interessante nieuwe vormen van filmkritiek, waar echter nog veel kaf onder het koren schuilt. 

Er zijn genoeg goede film blogs en goede on-line filmtijdschriften te signaleren, maar in Nederland bevinden we ons in dit opzicht nog in een opstart fase. Dit komt ten eerste omdat de kwalitatief hoogwaardige filmkritiek gericht is op een minderheid van lezers (een elite) en ten tweede omdat we in Nederland te maken hebben met een kleine taalgemeenschap.
Bovendien... we leven mondiaal gezien wat het internet betreft nog in het tijdperk van ‘gratis’: de filmcritici hebben enerzijds nauwelijks kosten om digitaal te publiceren, en de lezers hoeven anderzijds niet te betalen om deze teksten te kunnen lezen. Dit klinkt als een ideale situatie van onbelemmerde grenzeloze communicatie, maar dit kan natuurlijk niet langer zo blijven duren, want een goede filmcriticus verdient nu dus niets aan digitale publicaties.
Het spoor van ‘gratis’ moet wel doodlopen, want ten eerste is goede filmkritiek schrijven een full time job en ten tweede is betaling een goede manier om kwaliteit te onderkennen en te belonen.
 
Het is dus tijd om de bakens zo snel mogelijk te verzetten, richting betaling door de consument, per bericht of per periode. Dit zal moeten worden aangevuld met andere vormen van financiële steun, zoals bijvoorbeeld een Fonds voor Bijzondere Filmkritische Projecten (eventueel ondersteund door inkomsten uit cultureel mecenaat en culturele subsidies).

Het programma ‘F voor Filmkritiek’ bood op een afwisselende wijze ruimte aan reflectie over de positie van filmkritiek in een veranderende wereld. Het debat op de expertdag in 2009  zal buiten de zaal nog verder doorgezet moeten worden. Laten we zien of in 2010 of 2011 een doorbraak mogelijk is.
Op institutioneel vlak is in elk geval dringend een koerswijziging noodzakelijk om het huidige kwaliteitsniveau van filmkritiek te kunnen handhaven.  
 
Peter Bosma
Cinematheekprogrammeur Lantaren/Venster, Rotterdam
Januari 2010

Zie ook:
www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=4 (filmkritiek in het perspectief van het filmerfgoed)
www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=22 (de bekroning van Nederlandse filmcritici)