Cinefilie


Wij houden op verschillende manieren van film. Het verschijnsel filmliefde (cinéphilie of cinephilia) heeft een grote diversiteit en kent vele perspectieven...

door Peter Bosma
juli 2012
(circa 1200 woorden)

Ten eerste is filmliefde een individuele eigenschap, te omschrijven als de persoonlijke levenswijze van een toeschouwer die frequent en toegewijd films kijkt.
Hieruit vloeien vele onderzoeksvragen voort: welke esthetische ervaringen rondom welke films en welke omstandigheden zijn traceerbaar in het geheugen en/of in geschrift? Autobiografieën van cinefielen zijn nog relatief zeldzaam, maar op internet is de hoeveelheid getuigenissen ('users comments', rijp en groen) ondertussen niet meer te overzien.
De Italiaanse cinema levert een aantal mooie portretten van cinefielen op. Bijvoorbeeld: Maddalena, het personage van Anna Magnani in BELLISSIMA (Luchino Visconti, 1951) kijkt elke avond naar de films, die op de binnenplaats van hun woonblok in de openlucht geprojecteerd worden. Haar verlangen naar de droomwereld van de cinema vertaalt zich in een blinde ambitie haar dochtertje mee te laten doen met een screentest. Of neem Agostino in PRIMA DELLA RIVOLUZIONE (Bernardo Bertolucci, 1964): hij is een gedreven cinefiel die als spreekbuis van de toen jonge regisseur en zijn vrienden gezien kan worden. In de film is hij een passant, met tragische dimensies (hij pleegt zelfmoord), maar met zijn filmliefde geeft hij een half ironisch en half oprecht zelfportret van die generatie. En wie leeft niet mee met het personage Nicola in C’ERAVAMO TANTO AMATI (Ettore Scola, 1974): hij is een emotionele filmtoeschouwer die de films van het Italiaans neo-realisme toejuicht bij hun uitbreng in kleine filmclubs. Drie decennia later zijn zowel hijzelf als zijn dierbare films ingekapseld in het televisievermaak: hij doet mee met een filmquiz.
 
Ten tweede is filmliefde een collectieve identiteitsvorming.
De documentaire CINEMANIA (2002) toont enkele New Yorkse movie buffs, die te beschouwen zijn als voorbeelden van de cinefiele subcultuur ( en als extreme excentriekelingen of juist als zeer herkenbare lotgenoten, al naar gelang de eigen mate van filmliefde).
De collectieve identiteit van cinefielen wordt bevestigd op internationale filmfestivals, in gespecialiseerde filmzalen en op enkele domeinen van het internet. Kortom: er is bij filmliefde sprake van lokale en mondiale clanvorming.
Een goed voorbeeld van dit aspect van cinefilie biedt het boek Martin & Rosenbaum (2003).
 
Ten derde is filmliefde een kritische methode, een richtlijn voor evaluatie.
In Nederland zien we dit terug in het redactiebeleid van de Filmkrant, en in sommige recensies in de dagbladen en op internet.
 
Ten vierde is filmliefde een strategie van aankoop, een marketing tool binnen de filmhandel.
In Nederland zijn er enkele roemruchte voorbeelden te noemen van filminkopers zoals Cor Koppies, Pieter Goedings of Huub Bals, maar er is ook filmliefde zichtbaar in de catalogus van dvd-labels zoals Moskwood of Homescreen.
 
Ten vijfde is filmliefde een inspiratiebron voor filmmakers, die in hun werk hun bewondering voor meesterwerken of hun nostalgisch verlangen naar voorbije filmcultuur in vele registers kunnen uiten.
Martin Scorsese bijvoorbeeld kan heel goed uitleggen waarom bepaalde films een grote indruk op hem hebben gemaakt en wat er zo bijzonder is aan oude films. Hij maakte een persoonlijke getuigenis van zijn respect voor de films uit de Hollywood studio’s (in een tv-serie met boekpublicatie en op dvd) en gaf een bevlogen overzicht van de Italiaanse cinema (op film en dvd).
Filmmakers vormen een speciale subgroep binnen het filmpubliek: zij uiten hun visie op het filmerfgoed door het scheppen van een nieuw kunstwerk, van remake tot parodie of pastiche. Een compilatiefilm is de meest onbemiddelde terugblik op het filmerfgoed, de verwerking van found footage biedt ook mogelijkheden tot een meer persoonlijke blik op het filmerfgoed, bij nostalgiecinema heeft het filmerfgoed de positie van inspiratiebron.
De term found footage is de aanduiding voor hergebruik van oud filmmateriaal, dat voortkomt uit de drang tot herwaardering van het (vaak onbekend geraakte) materiaal, de fascinatie om de oude beelden in een nieuwe vorm te presenteren. De makers van found footage films herscheppen de betekenis van de beelden.
Over found footage schreef ik een korte notitie, hier is de link naar deze tekst:
www.peterbosma.info/?p=artikel&artikel=26
 
De komst van de videoband en (vooral) de dvd heeft het patroon van filmconsumptie en dus ook cinefilie voorgoed verdeeld tussen enerzijds de collectieve kijkervaring in de zaal en anderzijds het filmgebruik thuis.
Klinger (2001) geeft een situering van de eigentijdse cinefiel, die gemakkelijker dan vroeger in staat is een eigen privé-collectie van filmerfgoed aan te leggen. Naast filmliefde is ook sprake van twee andere factoren: de verzamelwoede, het genot van een eigen collectie te bezitten (te vergelijken met het oudere verschijnsel van de opbouw van een eigen bibliotheek van boeken) en de focus op techniek, de drang om het beste apparaat met de beste weergave te bezitten (te vergelijken met het oudere verschijnsel van de obsessie met de perfecte geluidsweergave bij muziekliefhebbers).
Klinger (2001) schetst de contouren van een uitdagend onderzoeksprogramma rondom het verschijnsel van de eigentijdse filmliefhebber:
We can begin to see, then, how contemporary film collecting is situated within already charged systems of classification, selection and value, engaged in a pas de deux with market forces. To more fully unpack the film library, however, we must explore further how collecting passes through the ‘filter of culture’ (Barthes, 1981, 16). How, for example, is a sense of membership in the world of film connoisseurs cultivated? What kind of aesthetics dominates film collecting and how do they renegotiate established values for media objects? How have the discourses of new media technologies penetrated contemporary home film culture and affected the way films are seen and discussed? What, finally, are the relations between the enterprise of collecting, consumerism and the private sphere? At the very least, contemporary cinephilia is shaped by an ‘insider’ identity for the devotee and a ‘hardware’ aesthetic. Both of these dynamics are strongly influenced by new technologies within the framework of consumer culture.” (Klinger 2001, p 139)
 
Keathley (2006) pleit ten eerste voor een geschiedschrijving van de cinefilie, dus een documentatie en onderzoek van de cinefiele kijkervaring (“The Cinephiliac Moment”), ten tweede pleit hij voor een filmgeschiedschrijving met de cinefiele ervaring als vertrekpunt (“A Cinephiliac History”). Hij mist in de academische filmgeschiedschrijving de passie voor het object van studie. Hij beschrijft zijn pleidooi voor een nieuwe aanpak op een positieve manier, zonder polemiek. Hij pleit met een zekere opgewektheid voor een “irrationele” filmgeschiedschrijving (blz 130). Behalve een bevlogen filmliefhebber is Keathley ook een degelijke academicus, hij geeft een goed geordend en goed leesbaar overzicht van zijn voorgangers en medestanders, zonder overdaad aan jargon.
Keathley werd sterk geïnspireerd door de publicaties die verschenen naar aanleiding van een Frans congres in 1995: “The Invention of a Culture: A History of Cinephilia”, georganiseerd door Antoine de Baecque en Thierry Frémaux. Van hieruit trekt hij lijnen naar het gedachtegoed van onder andere Roland Barthes (The Pleasure of the Text), Siegfried Kracauer (The Mass Ornament) en Walter Benjamin.
Keathley beschouwt de eigentijdse cinefiel graag als een soort flaneur, hij pleit voor een onderzoek van deze afstandelijke en tegelijkertijd betrokken manier van kijken. Hij wil terug naar de verwondering van de eerste filmkijkers die met een tegendraadse blik keken: volgens overlevering waren ze niet zozeer onder de indruk van de handeling op de voorgrond, maar waren ze vooral verbaasd over de bewegende boomblaadjes op de achtergrond.

In media studies is in toenemende mate belangstelling voor de zogenoemde ‘fan cultures’ of ‘fan communities’ Het gaat hier meestal om onderzoek naar toegewijde kijkers van televisieprogramma’s, maar dit perspectief zou ook op de cinefilie toegepast kunnen worden. Een andere focus in mediastudies zijn de stars, de cultivering van muziekperformers en filmacteurs (idoolvorming). Natuurlijk is er een sterke samenhang tussen deze verschijnselen: ‘stars’ hebben nu eenmaal een grote schare van fans nodig.
 
Gebruikte literatuur

  • Balcerzak, Scott & Jason Sperb (eds), Cinephilia in the Age of Digital Reproduction: Film, Pleasure, and Digital Culture, vol. 1, London: Wallflower Press, 2009.
  • Balcerzak, Scott & Jason Sperb (eds), Cinephilia in the Age of Digital Reproduction: Film, Pleasure, and Digital Culture, vol. 2, London: Wallflower Press, 2012.
  • Behlil, Melis, ‘Ravenous Cinephiles: Cinephilia, Internet, and Online Film Communities’, in: Valck, Marijke de & Malte Hagener (eds) Cinephilia: Movies, Love and Memory, Amsterdam: Amsterdam UP, 2005, pp. 111-124.
  • Erickson, Steve (ed), ‘Permanent Ghosts: Cinephilia in the Age of the Internet and Video’, Senses of Cinema no 4 (March 2004), URL: www.sensesofcinema.com/contents/00/4.
  • Hagener, M. & Marijke de Valck, ‘Cinephila in Transition’, in: Kooijman, Jaap & Patricia Pisters & Wanda Strauven (eds), Mind the Screen: Media Concepts According to Thomas Elsaesser, Amsterdam: Amsterdam UP, 2008, pp 19-30. Integraal beschikbaar via www.oapen.nl (Open Access).
  • Jovanovic, Stefan, ‘The Ending(s) of Cinema: Notes on the Recurrent Demise of the Seventh Art’, part 1 & part 2, Hors Champ, 2003, URL: www.horschamp.qc.ca/new_offscreen/death_cinema.html.
  • Keathley, Christian, Cinephilia and History – or The Wind in the Trees, Bloomington and Indianapolis: Indiana UP, 2006.
  • Klinger, Barbara, ‘The Contemporary Cinephile: Film Collecting in the Post-Video Era’, in: Stokes, Melvyn & Richard Maltby (ed.) Hollywood Spectatorship. Changing Perceptions of Cinema Audiences. Londen: BFI Publishing, 2001, pp. 132-151.
  • Klinger, B. Beyond the Multiplex: Cinema, New Technologies and the Home, Berkeley: University of California Press, 2006.
  • Klinger, Barbara, ‘DVD and home film cultures’, in: Bennett, James & Tom Brown (eds) Film and Television After DVD, London: Routledge, 2008. 
  • Martin, Adrian & Jonathan Rosenbaum (eds), Movie Mutations: The Changing Face of World Cinephilia, London: BFI, 2003.
  • Valck, Marijke de & Malte Hagener (eds) Cinephilia: Movies, Love and Memory, Amsterdam: Amsterdam UP, 2005.

Aanbevolen literatuur
Zie ook de enquete-reeks “De Filmliefde van ...”, waarbij steeds elf vragen voorgelegd worden aan vele personen in de filmwereld en daarbuiten, URL: www.film1.nl/filmliefde/?letter=a).

Mark Betz (ed) ‘In Focus: Cinephilia’, in: Cinema Journal, vol 49, no 2 (Winter 2010), pp. 130-166. URL: http://muse.jhu.edu/journals/cinema_journal/toc/cj.49.2.html

Jonathan Buchsbaum, Jonathan & Elena Gorfinkel (eds), ‘Cinephilia dossier: What is Being Fought for in Today’s Cinephilia(s)?’, in: Framework  vol 50, no 1-2 (Fall 2009), URL: www.frameworkonline.com/Issue50/50c.html.
  • Jonathan Buchsbaum and Elena Gorfinkel - Introduction
  • Jonathan Rosenbaum - Reply to Cinephilia Survey
  • Ken Eisenstein - “They are like black lakes troubled by fantastic moons”
  • Laura Mulvey - Some Reflections on the Cinephilia Question
  • Chris Fujiwara - Cinephilia and the Imagination of Filmmaking
  • Nicole Brenez - For a History of Resistant Cinema
  • Laurent Jullier - Untitled
  • James Quandt - Everyone I Know is Stayin’ Home: The New Cinephilia
  • Zachary Campbell - On the Political Challenges of the Cinephile Today
  • Lucas Hilderbrand - Cinematic Promiscuity: Cinephilia after Videophilia
  • Girish Shambu - What is Being Fought for by Today’s Cinephilia(s)?
  • Adrian Martin - Cinephilia as War Machine. URL: http://www.cinefilie.be/cinephilia-war-machine.
  • · Aboubakar Sanogo - Regarding Cinephilia and Africa.
  •  
Zie ook:
 
Over de documentaire Cinemania (2002) zie:
“Its subject matter is not cinephilia per se, but the human foibles that come with the territory. It presents the absurd and pitiful side of a common obsession. [...] In the end, Cinemania tells a grim tale, one in which the movie habit is no longer an innocuous pastime. It becomes both passion and pathology.”