Il Posto in Nederland


De Nederlandse filmkritiek en Il Posto (1961)

Het systematisch verzamelen van gepubliceerde, professionele filmkritieken levert een corpus teksten op die inzicht kunnen geven in de praktijk van de filmkritiek en de filmvertoning, in een specifiek land en een specifieke periode.

Peter Bosma, maart 2011
foto: Collectie EYE Film Instituut Nederland.

Mijn selectiecriterium in deze case study is één specifieke film, Il Posto (1961), die een specifiek traject van reputatievorming heeft gevolgd. In 1962 ging deze film in Nederland in première en gold de regisseur als een verrassende debutant met een eigen stem. In de jaren tachtig had de film inmiddels de status van ‘minor classic’ bereikt en werd de film opnieuw uitgebracht in de filmhuizen, in de 21e eeuw volgde de dvd-uitbreng.
Mijn startvraag is: Welke recensies zijn door de tijd heen rondom Il Posto in Nederland verschenen: in 1962, in de jaren tachtig en in de 21e eeuw? Het onderzoeksmateriaal voor het beantwoorden van deze vraag vond ik handzaam bij elkaar, verzameld in de knipselmap van het Informatiecentrum van het Filmmuseum in Amsterdam. Mijn vervolgvraag is: welke conclusies zijn uit deze recensies te trekken over de aard van filmkritiek in Nederland? Daarnaast bekijk ik de recensies ook inhoudelijk: Il Posto behoort tot het filmerfgoed, welke inzichten geven de verschillende recensies over dit filmerfgoed? Welke situering wordt gegeven, welke interpretatie wordt aangereikt?
 
De Nederlandse première in de jaren zestig
We beginnen met de persreacties bij de Nederlandse première. In de jaren zestig was de Nederlandse samenleving nog verzuild, wat ook tot uiting kwam in de signatuur van de dagbladen en tijdschriften. Er waren katholieke kranten (de Volkskrant werd tot 1965 formeel aangeduid als ‘katholiek dagblad’), protestante kranten (Trouw, ..), socialistische kranten (Het Vrije Volk), communistische kranten (De Waarheid) en liberale kranten (het Algemeen Handelsblad). Daarnaast bestond het krantenlandschap uit een grote diversiteit aan lokale zelfstandige publicaties, regionale kranten (zoals o.a. de Gooi- en Eemlander) en stedelijke kranten (zoals o.a. de Haagsche Courant). De meeste kranten hadden een eigen filmredactie. Invloedrijke filmcritici van die tijd (omstreeks 1961) waren onder andere Jan Blokker (Algemeen Handelsblad), B.J.Bertina (de Volkskrant), Cees Doolaard en Han G. Hoekstra (het Parool), Charles Boost (De Groene Amsterdammer), L.J. Jordaan (Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer) en Harry Visscher (Trouw). NOOT 1.
 
De Italiaanse speelfilm Il Posto (Ermanno Olmi, 1961) werd in 1962 in Nederland uitgebracht. De 35mm-kopie werd ingezet in de bioscopen (distributeur: D.L.S.), de 16mm-kopie werd ingezet bij filmclubs. De bioscooppremière in het Amsterdams Leidseplein Theater genereerde een groot aantal recensies met positieve oordelen. Anno 2008 lezen we deze recensies vanuit een diachroon perspectief: wat zeggen deze kritieken over de situering van deze toen nieuwe film?

B.J. Bertina doet in de Volkskrant (17-8-1962) een enthousiaste voorspelling:
“ Wat Nederland betreft zou de film Il Posto wel eens de grote gebeurtenis van het komend seizoen kunnen zijn. Alles is even simpel, maar ook even raak in deze film.”

Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad (18-8-1962) sluit zijn voorbespreking af met een positief oordeel:
“[…] een filmexpressie die van deze tijd is, een filmexpressie die bewust afstand heeft gedaan van alle ballast, alle overtolligheden, alle conventie. Il Posto is een interessante film, Olmi is een fascinerende filmmaker”.

Han G. Hoekstra schrijft een maand later in Het Parool (16-9-1962) ook met waardering over de film die breekt met alle conventies:
“Dat is het allereerste wat opvalt, de vanzelfsprekende en met de filmconventie brekende verteltrant. “ Het baantje” wordt daardoor iets dat niet iedereen dadelijk zal aanspreken omdat menige bioscoopbezoeker het gevoel zal hebben iets te missen. Hij krijgt voor dat gemis aan vertrouwd, romantiserend relaas iets in de plaats: een boeiende, levende werkelijkheid die de plaats wil innemen van een traditionele ‘bioscoopwerkelijkheid’, die hem zo herhaaldelijk op de mouw wordt gespeld” .

C.B.Doolaard houdt in Vrij Nederland (22-9-1962) een merkwaardig uitvoerig betoog over een toen recent artikel over het neo-realisme, verschenen in Sight & Sound, waar hij het volstrekt mee oneens is. Zijn oordeel over Il posto is positief, hij besluit dan ook met een rechtstreekse aanbeveling:
“Belangrijker dan het gegoochel met dit begrip [het Italiaanse neo-realisme] en de conclusies dienaangaande is de vaststelling dat Il Posto een waardevolle film is, die u moet gaan zien. Ook voor het volkomen bij Olmi’s bedoelingen aansluitende spel van Sandro Panzeri in de hoofdrol.”

De anonieme recensent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant (17-8-1962) sluit zijn bespreking af met een zinsnede die ook rechtstreeks in een advertentie geciteerd zou kunnen worden:
”Met Il posto heeft Ermanno Olmi blijk gegeven van een origineel en fijnzinnig kunstenaarsschap, van de moed om van gebaande wegen af te wijken. Al is het hachelijk een cineast op grond van één film te ‘plaatsen’, het lijkt ons alleszins verantwoord om te stellen, dat Olmi zich met Il Posto in de voorste gelederen van filmregisseurs heeft geplaatst.”

Ermanno Olmi was in 1962 in Nederland een nog onbekende regisseur, veel recensenten grijpen bij hun situering van deze nieuwkomer terug op de tactiek van de vergelijking en verwijzen naar onder meer de Franse Nouvelle Vague.
B.J. Bertina begint in zijn recensie in de Volkskrant (17-8-1962) met een vergelijking van jonge Italiaanse regisseurs en komt dan naadloos terecht bij Truffaut:
"Van het driemanschap Olmi, Pasolini en Petri is de regisseur van Il Posto de meest verbazingwekkende. Hij heeft – evanals Truffaut met Les 400 coups destijds – een autobiografische film gemaakt, zonder echter het minste spoor van sociale rancunes, daarentegen vervuld van alle huiver voor het systeem, dat maatschappij heet.”

Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad (18-8-1962):
“ [..] zoals dat Italiaanse realisme van het eerste uur als het ware postuum de vernieuwing in Frankrijk teweegbracht, zo schonk het werk van de Nouvelle Vague (Godard, Démy, Malle) op zijn beurt z’n impulsen aan de jonge Italianen die bij hun eigen verstorven neo-realisme geen wezenlijke aanknopingspunten meer konden vinden. Het ‘neo-realisme van de tweede generatie’ zoals dat zich bij Ermanno Olmi openbaart, heeft met de stijlopvattingen van de jongen Fransen in ieder geval de definitieve onttroning gemeen van het conventionele scenarioschema.”

Charles Boost in De Groene Amsterdammer (15-9-1962) schetst een lijn van de ‘ beschrijvende camera’, met als beginpunt Umberto D (De Sica, 1952), gevolgd door de toen vijf jaar oude Franse film Pourvu qu’ on ait l’ivresse (Jean –Danniel Pollet, 1957) en de films van Truffaut en Jean-Luc Godard, plus de uitingen van de Britse Free Cinema (Boost noemt met name Together van Lorenza Mazzetti, 1956) en de Amerikaanse ‘spontaneous cinema’.
“In deze ontwikkelingsgang mocht men uiteindelijk de complete film verwachten die geheel volgens de principes van deze afzonderlijke of sporadisch ingelaste onderzoekingen gemaakt was en het is niet toevallig dat Italië het land van herkomst werd. In dit land is namelijk een gelukkig evenwicht ontstaan tussen het commerciële en het vrije gebruik van de film en de mogelijkheden tot onafhankelijke prestaties liggen daar bijzonder gunstig.”

De herneming in de jaren tachtig
In de jaren tachtig is de Nederlandse samenleving grotendeels ontzuild, daarvoor in de plaats is het politieke onderscheid tussen links en rechts meer zichtbaar geworden in de pers. Er is ruwweg een verdeling te maken tussen ‘linkse’ kranten en weekbladen (de Volkskrant, De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland) ‘rechtse’ kranten en weekbladen (de Telegraaf, Elsevier) en liberale of neutrale kranten en weekbladen (NRC/Handelsblad, Trouw). In de filmkritiek is meer sprake van een tegenstelling tussen aandacht voor de artistieke film en voor de populaire film. Invloedrijke filmcritici in deze periode zijn o.a. Hans Beerekamp en Joyce Roodnat (NRC/Handelsblad), Peter van Bueren (de Volkskrant), W.Wielek-Berg (Trouw), Ab van Ieperen (Vrij Nederland), Pieter van Lierop (Utrechts Nieuwsblad).

In 1980 wordt in de filmhuizen van Het Vrije Circuit een Cinemathema festival gewijd aan het Italiaans Neorealisme in de jaren veertig en vijftig. Il Posto valt buiten deze periode en staat dus niet op het programma, daarnaast is het een discussiepunt of de film inhoudelijk en formeel tot het Neorealisme gerekend zou kunnen worden.
Ruim twintig jaar na de première wordt Il Posto in 1984 door distributeur Notorious opnieuw in Nederland uitgebracht, met een 16mm-kopie en vertoond in het filmhuizencircuit (o.a. Amsterdams Filmhuis Rialto/Rivoli, ’t Venster - Rotterdam en ’t Hoogt – Utrecht). NOOT 2.

Deze herneming (reprise) genereert een aantal recensies. Hans Beerekamp in NRC/Handelsblad (7-12-1984) ziet Il Posto aan de ene kant als een tijdsbeeld, aan de andere kant als een tijdloze film:
“In zeldzame interviews heeft Olmi het steevast over De Mens. In de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie zagen katholieke critici in Il Posto dan ook enthousiast een betoog over de eenzaamheid van de moderne mens in een onpersoonlijke, gemassificeerde samenleving. Het verhaal van de film laat die interpretatie zeker toe. […] Nog maar een kwart eeuw geleden zag onze wereld er uit als een andere planeet, waar elke geüniformeerde een voorbijganger bestraffend toe kon spreken als deze over het gras liep. Olmi’s bezorgdheid om de individu stond mede aan de wieg van een complete maatschappelijke omwenteling, met verafgoding van de individu als resultaat. Il Posto is een leerzame film voor Domenico’s kinderen. Voor een filmer als Olmi is in hun wereld geen plaats meer, dat is jammer, want zijn integere, onbevooroordeelde stijl maakt het kijkers uit willekeurig welke periode of samenleving mogelijk om er uit te halen wat ze er in willen zien.” NOOT 3.
 
Il posto had in de jaren tachtig internationaal een reputatie verworven als ‘minor classic’. De filmwetenschaper Millicent Marcus bespreekt in zijn boek ‘Italian Film in the Light of Neorealism’ (1986) Il posto zelfs als sleutelfilm van een historische periode. NOOT 4.
 
De dvd-uitbreng
In de 21e eeuw volgt de introductie en opmars van de dvd. Twintig jaar na de heruitbreng in de Nederlandse filmhuizen verschijnt in 2004 Il Posto als zesde film in de DVD-collectie “Italiaanse meesterwerken” van NRC/Handelsblad en Homescreen. De 35mm-filmkopie is ook nog beschikbaar in het archief van het Filmmuseum, de vertoningsrechten in Nederland liggen bij Cinemien, de filmdistributeur gelieerd aan Homescreen. Joyce Roodnat, destijds chef kunstredactie (en voormalig filmrecensent) van het NRC/Handelsblad schrijft bij elke film een essay in het maandelijkse magazine M. Bij Il Posto geeft ze een impressie van de rijkdom aan détails in deze film, met als uitgangspunt haar observatie dat
“Olmi streeft naar niets minder dan het weergeven van gevoel: van iets dat woorden niet kunnen vatten, maar waar een film aan kan raken. Gezegd wordt er niet veel, maar geluid is overal: klikkende hakken, het schuren van stoelpoten, de stencilmachine, stemmen in een aangrenzend vertrek, het lawaai van Milaan-onder-constructie, een flard ‘Für Elise’ uit een open raam. De tedere grijswit-getinte fotografie, die niet mooier maakt maar wel intiem, zet Olmi in op slurpen, luren, sluipen, je verstoppen in jezelf. En alles komt steeds weer uit bij de reacties van de jonge Domenico.” NOOT 5.
Het internet genereert ook nieuwe aandacht voor Il Posto, met talloze summiere dvd-besprekingen (‘short reviews’), korte kenschetsen (‘capsules’) en vele losse meningen (‘user comments’). Deze stroom van oppervlakkige en vrijblijvende informatie kent een paar terpen van kwaliteit, zoals het digitale tijdschrift ‘Bright Lights Film Journal’, waar in 2004 een doorwrocht essay geplaatst werd over Il Posto. NOOT 6.

In 2004 verscheen ook een boekuitgave met 24 essays over de Italiaanse cinema, Il Posto werd uitverkoren tot deze canon van twee dozijn moderne klassiekers. NOOT 7.
 
Mogelijke uitbouw van de case study
De casus van de positie van Il Posto in de wereld van de Nederlandse filmkritiek in de periode 1985-2006 kan meer inzichtelijk gemaakt worden met vergelijkingen met andere specifieke films, zoals bijvoorbeeld La Ragazza con la Valigia (Valerio Zurlini, 1961). Deze film volgde een ander traject van reputatievorming, met andere markeringspunten. Het startpunt is vergelijkbaar: ook deze film werd in de vroege jaren zestig (1963 om precies te zijn) in Nederland uitgebracht (onder de titel “Onrijpe liefde”). Daarna volgt de vergetelheid, we hebben het hier over een traject van de late herontdekking. Pas met het Zurlini-retrospectief van het Haags Filmhuis in april 2004 werd La Ragazza con la Valigia opnieuw in Nederland vertoond, in navolging van een toen recente internationale herwaardering. Zurlini was een vergeten meester geworden, de reputatie van zijn films was verbleekt. Hoe kon dit gebeuren? Dit blijft een raadselachtige vraag, en dat is een mooi vertrekpunt voor nader onderzoek.  
 
Noten
1. Voor een aanzet van de geschiedschrijving van de Nederlandse filmkritiek, zie: Blom, Ivo & Paul van Yperen, ‘Een historische schets van de filmkritiek in Nederland’, in: Bosma, P. (red.) Filmkunde, een inleidend overzicht: Werkboek. Heerlen: Open universiteit, 1991, pp 100- 135. URL: www.uvt.nl/e-view.
2. De kopie van Il Posto ging met ingang van 1 januari 1989 over naar Contact Film in Amsterdam. Notorious stopte met distributie en ging door als organisatiebureau voor filmfestivals onder de naam van Notorious Film. Bron: brief in het archief Notorious, Informatiecentrum Filmmuseum, doos 031, map 7.
3. Overige Nederlandse recensies in dat jaar van Il Posto onder andere in: De Waarheid (1-12-1984), Trouw (6-12-1984), Utrechts Nieuwsblad (20-12-1984). Bron: Knipselmap Nederlandse recensies per filmtitel, informatiecentrum Filmmuseum.
4. Marcus, Millicent, ‘Olmi’s Il Posto: descrediting the economic miracle’, in: ibidem, Italian Film in the Light of Neorealism, Princeton: Princeton UP, 1986, pp 211-227.
5. Roodnat, Joyce, ‘Il Posto’, in: NRC/Handelsblad, M, maart 2004. URL: www.nrc.nl).
6. Ratner, Megan, ‘Architecture as Social Commentary: The Absurdities of Il Posto’, in: Bright Lights Film Journal, nr 43 (February 2004), URL: www.brightlightsfilm.com/43/posto.htm.
7. Zagarrio, Vito, ‘Il Posto / The Job’, in: Bertellini, Giorgio (ed) The Cinema of Italy, London: Wallflower, 2004, pp123-132.
De Nederlandse filmkritiek en Il Posto (1961)